8.3Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van het Leger des Heils van 28 april 2022, opgemaakt door [reclasseringswerker 1] , reclasseringswerker. Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:
Gebleken is dat betrokkene kampt met een drugsverslaving (methadon), hetgeen delict gerelateerd lijkt te zijn. Hij pleegt vermogensdelicten om zich in zijn basisbehoeften en middelengebruik te kunnen voorzien.
Risicofactoren voor delictgedrag zijn tevens het gegeven dat betrokkene niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats, een structureel inkomen en een adequate dagbesteding. Daarnaast lijkt het hem te ontbreken aan een steunend sociaal netwerk. Een stabiel bestaan in Nederland opbouwen is echter niet meer mogelijk daar uit informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) blijkt dat betrokkene in 2010 ongewenst is verklaard. Betrokkene verblijft derhalve onrechtmatig in Nederland. Betrokkene heeft echter op basis van zijn seksuele geaardheid (biseksueel) asiel aangevraagd in Nederland, omdat hij in [land van herkomst] niet veilig zou zijn. Het is ons op dit moment niet duidelijk wanneer deze procedure met betrekking tot de asielaanvraag is afgerond. Zolang betrokkene zonder legale status in Nederland verblijft, blijft zijn toekomstperspectief uitzichtloos en zal het recidiverisico ons inziens hoog blijven. Een reclasseringstoezicht is niet uitvoerbaar, aangezien
betrokkene vanwege zijn status geen aanspraak kan maken op structurele hulpverlening en sociale voorzieningen.
De rechtbank heeft eveneens kennisgenomen van het reclasseringsadvies van het Leger des Heils van 23 juni 2022, opgemaakt door [reclasseringswerker 1] , reclasseringswerker. Dit rapport houdt
–zakelijk weergegeven– onder meer het volgende in:
De IND had aanvankelijk de asielaanvraag van betrokkene afgewezen, maar de afwijzing bleek volgens de rechtbank onvoldoende gemotiveerd, blijkt uit referenteninformatie van de IND en Vreemdelingenpolitie (AVIM). De IND zal derhalve een nieuw besluit moeten nemen, maar onduidelijk is wanneer dit besluit genomen zal worden. Dit maakt dat de omstandigheden van betrokkene ongewijzigd blijven en dat een onvoorwaardelijke ISD maatregel die vooralsnog is gericht op repatriëring naar [land van herkomst] in plaats van re-integratie onvermijdelijk is. Duidelijk is dat betrokkene beschikt over voldoende zelfinzicht en gemotiveerd is om zijn leven een positieve wending te geven. Hij erkent dat hij zonder adequate hulp terugvalt in middelengebruik en delictgedrag daar het hem buiten detentie ontbreekt aan stabiliteit in zijn leefomstandigheden. Betrokkene staat binnen een eventuele ISD-maatregel open voor een behandeltraject gericht op zijn middelengebruik en trauma’s uit zijn verleden. Tevens wil hij scholing volgen en handvatten ontvangen om structuur en regelmaat in zijn leven te bewerkstelligen en te behouden, zodat hij na detentie een delictvrij bestaan kan leiden.
Wat betreft EU-onderdanen zonder rechtmatige verblijfsstatus die tevens voldoen aan de ISD criteria bestaat de mogelijkheid voor een plaatsing in de [penitentiaire inrichting 2] , de zogenaamde ISD-VRIS. De invulling van de onvoorwaardelijke ISD maatregel is in dit geval niet gericht op resocialisatie, maar op repatriëring en zal een punitief karakter hebben; welke uitgevoerd kan worden in [penitentiaire inrichting 2] . Dit betekent echter niet dat er tijdens de intramurale fase geen zorg geleverd kan worden. Vanuit resocialisatieoogpunt kan betrokkene binnen de VRIS-ISD hulp
ontvangen gericht op abstinentie/beheersbaarheid middelengebruik en psychische problematiek, zodat dit zou kunnen bijdragen aan stabiliteit bij zijn terugkeer in [land van herkomst] . Binnen [penitentiaire inrichting 2] is sprake van intramurale verslavingszorg. Mocht de asielvraag gedurende zijn ISD-VRIS maatregel worden toegekend dan zal betrokkene ook in aanmerking komen voor de extramurale fase, waardoor er gewerkt kan worden aan zijn re-integratie in Nederland.
Het risico op recidive is hoog.
Verder heeft de rechtbank ter terechtzitting van 6 juli 2022 reclasseringswerker [reclasseringswerker 2] , verbonden aan Reclassering Leger des Heils te Amsterdam, als deskundige gehoord. Zij heeft verklaard achter het advies tot oplegging van de ISD-maatregel te staan.
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 9 juni 2022 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 7 april 2022 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf (parketnummers 13/004568-22, 13/034157-21 en 13/047940-21), terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens voornoemd uittreksel is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten. De rechtbank ziet geen reden om deze maatregel niet op te leggen. Zij zal daarom de officier van justitie op dit punt van de vordering volgen.
Anders dan het advies van de reclassering, geeft de rechtbank in overweging dat gelet op het feit dat verdachte momenteel in Nederland mag verblijven, binnen de ISD toegewerkt moet worden naar resocialisatie en dat de intra- en extramurale fasen worden doorlopen, tenzij gedurende de ISD-maatregel zijn status wijzigt in die zin dat hij vanaf dat moment onrechtmatig in Nederland zal verblijven.
Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.