ECLI:NL:RBAMS:2022:6001
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Consument niet gehouden tot betaling na onvolledige informatie over nieuwe energieovereenkomst na faillissement leverancier
In deze zaak stond centraal de vraag of een consument gehouden was aan een nieuwe energieovereenkomst die door een andere leverancier was aangeboden na het faillissement van de oorspronkelijke leverancier. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe leverancier de consument onvolledig en onjuist had geïnformeerd over de overgang van de overeenkomst.
De leverancier had de klantenportefeuille overgenomen zonder dat er sprake was van een formele aanwijzing door de ACM, maar van een zogenaamde 'tussenvorm' die niet in de wet- en regelgeving was voorzien. De consument had de nieuwe overeenkomst niet geaccepteerd, waardoor de oorspronkelijke overeenkomst met de failliete leverancier bleef voortbestaan.
De rechtbank kwalificeerde het verstrekken van onjuiste informatie als een oneerlijke handelspraktijk. De vorderingen van de leverancier werden daarom afgewezen en de consument hoefde niets te betalen. De proceskosten werden aan de zijde van de consument nihil begroot.
Uitkomst: De vordering van de leverancier wordt afgewezen en de consument hoeft niets te betalen.