Eiser heeft een conceptaanvraag ingediend voor een ligplaatsvergunning voor een nieuw te bouwen woonboot op een locatie in Amsterdam. Verweerder heeft deze vergunning geweigerd omdat de hoogte van de woonboot de maximale toegestane maat volgens de Verordening op het binnenwater 2010 en de Richtlijnen woonboten Stadsdeel Westerpark 2008 overschrijdt.
Eiser betoogt dat de weigering onterecht is omdat het ontwerp voldoet aan de maatvoering zoals vastgelegd in het bestemmingsplan Oude Houthavens en de regeling Drijvende Bouwwerken, die uitputtend zijn en geen ruimte laten voor aanvullende toetsing aan de Verordening. De rechtbank stelt vast dat het bestemmingsplan en de regeling maatvoering uitputtend regelen en dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd waarom de strengere eisen uit de Verordening zouden moeten prevaleren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de ligplaatsvergunning niet mag weigeren op grond van de maatvoeringseisen uit de Verordening, omdat deze niet verenigbaar zijn met het bestemmingsplan. Het beroep wordt gegrond verklaard, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.