ECLI:NL:RVS:2012:BW6880
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunningverlening woonboot ligplaats met afwijking bevriezingsbeleid
Appellanten vroegen vergunning voor het innemen van een ligplaats met een woonboot ter vervanging van een terrasboot. Het dagelijks bestuur verleende deze vergunning ondanks een bevriezingsbeleid dat het aantal woonboten beperkt. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten wegens ontbrekende motivering bij afwijking van het bevriezingsbeleid.
In hoger beroep betoogden appellanten dat het bestemmingsplan doorslaggevend is en dat het dagelijks bestuur geen bevriezingsbeleid voert. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het dagelijks bestuur wel degelijk een bevriezingsbeleid hanteert als vaste gedragslijn, maar dat de motivering van de afwijking ontbrak, waardoor de besluiten terecht vernietigd zijn.
Het dagelijks bestuur stelde dat appellanten op basis van onjuiste informatie gerechtvaardigde verwachtingen hadden gewekt en dat het belang van appellanten zwaarder weegt dan dat van derden. De Afdeling achtte dit een redelijke belangenafweging en handhaafde de rechtsgevolgen van de besluiten. Het beroep van wederpartijen werd gegrond verklaard wegens ondeugdelijke motivering van de besluiten van 27 september 2011.
De Afdeling veroordeelde het dagelijks bestuur tot vergoeding van proceskosten van wederpartijen en verklaarde het beroep van een belanghebbende niet-ontvankelijk omdat deze niet in een nadeliger situatie was gekomen. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige motivering bij afwijking van vaste gedragslijnen en het wegen van belangen bij vergunningverlening.
Uitkomst: De besluiten tot vergunningverlening met afwijking van het bevriezingsbeleid worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege het vertrouwensbeginsel.