Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Lääne District Prosecutor’s Office(Estland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Estland. De opgeëiste persoon, met Italiaanse nationaliteit, werd verdacht en het EAB was op 2 september 2020 uitgevaardigd.
Tijdens de zitting op 23 december 2021 werd bekend dat de opgeëiste persoon een deal had gesloten met de Estse autoriteiten, waarna het EAB door de uitvaardigende autoriteit op dezelfde dag werd ingetrokken. De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege deze intrekking.
De officier van justitie voerde aan dat de intrekking nietig was omdat de strafoplegging via een videoverbinding plaatsvond terwijl de opgeëiste persoon zich in Nederland bevond, wat volgens hem een schending van de Nederlandse soevereiniteit en het Kaderbesluit betekende.
De rechtbank erkende de zorgen over mogelijke schending van soevereiniteit maar stelde dat dit een ministeriële aangelegenheid is. Omdat het EAB was ingetrokken, was de grondslag voor de vordering komen te vervallen. Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk en hief de geschorste overleveringsdetentie op.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot in behandeling nemen van het ingetrokken Europees aanhoudingsbevel.