Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 november 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (hierna: Woo) [5] in werking getreden. Artikel 10.1 van de Woo bepaalt dat de Wob wordt ingetrokken. Er is niet voorzien in overgangsrecht. Dat betekent dat de Woo onmiddellijke werking heeft en dat met ingang van 1 mei 2022 besluiten op vóór de inwerkingtreding van de Woo ingediende Wob-verzoeken met inachtneming van de bepalingen van de Woo moeten worden genomen. Het besluit op bezwaar dat in deze zaak ter beoordeling staat, is genomen op 9 november 2020, dus voor
1 mei 2022. Dat betekent dat de rechtbank in dit geding oordeelt met toepassing van de Wob.
.Zelfs al zou het DWU geen rechtstreekse werking hebben binnen de Nederlandse rechtsorde en daarmee geen voorrang genieten boven de Wob, dan nog zou de Wob niet van toepassing zijn. Via artikel 1:5 van Pro de Algemene douanewet (ADW) is artikel 12 van Pro de DWU namelijk integraal opgenomen in de ADW, een lex specialis ten opzichte van de Wob. Eisers stelling op de zitting dat de DWU niet op de lijst staat vermeld van uitzonderingsgevallen van de Woo doet hieraan niet af, want in dit geval is niet de Woo maar de Wob van toepassing.
Beslissing
mr.T.L. Fernig - Rocour, leden, in aanwezigheid van mr. N. Bissumbhar, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 november 2022.