Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, verweerder
Inleiding
Een deel van de documenten heeft verweerder wel (deels) openbaar gemaakt. Het betreft de voorlegformulieren van de douane aan het ministerie, verslagen van de douane, ontvangstbevestigingen, voorbladen, beslissingen inzake de ingediende aanvragen en in een beperkt aantal gevallen een e-mailwisseling.
Verweerder heeft een inventarislijst overgelegd waarin per document de beoordeling en de toegepaste uitzonderingsgronden uit de Woo zijn aangegeven. Bij de deels openbaar gemaakte documenten is per gelakte passage aangegeven welke uitzonderingsgrond uit de Woo van toepassing is. Verweerder heeft een aparte inventarislijst overgelegd met documenten die in het geheel onder de geheimhoudingsplicht van artikel 12 van Pro het DWU vallen.
Beoordeling door de rechtbank
In artikel 12 van Pro het DWU is onder meer bepaald dat alle door de douaneautoriteiten bij de uitoefening van hun taken verkregen inlichtingen die van vertrouwelijke aard zijn of als vertrouwelijk zijn verstrekt, onder het beroepsgeheim vallen.
2 november 2022 geoordeeld dat de aanvragen en de contracten door de douane en verweerder verkregen inlichtingen zijn en dus onder artikel 12 van Pro het DWU vallen. De rechtbank is echter met eiser van oordeel dat het te kort door de bocht is om de exportvergunningen integraal te weigeren op grond van artikel 12 van Pro het DWU. Verweerder dient de vergunningen daarom inhoudelijk te beoordelen op grond van de Woo.
Weigering op grond van de Woo
Veiligheid van de Staat
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. S.D. Arnold, leden, in aanwezigheid van mr.M.A.H. Gonera, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2024.