Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2022 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
[bedrijf], te Amsterdam
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 28 januari 2020 een omgevingsvergunning aan een bedrijf voor een bouwplan met uitbouw van panden, dakterrassen en balkons in Amsterdam. Bewoners van tegenoverliggende panden maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege aantasting van privacy, woongenot en toename van schaduw. De bezwaarschriftencommissie verklaarde het bezwaar gegrond vanwege onvoldoende motivering, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond na aanvullende adviezen en een bezonningsonderzoek.
De bewoners stelden beroep in tegen het besluit. De rechtbank beoordeelde of het college de vergunning in redelijkheid had kunnen verlenen, waarbij werd gekeken naar de ruimtelijke onderbouwing, de afstand tussen panden, de mate van privacy-inbreuk en de bezonningsgegevens. De rechtbank oordeelde dat de aantasting van privacy en woongenot beperkt is en niet onevenredig, mede gelet op de stedelijke omgeving en de beperkte beschikbare ruimte.
Ook de schaduwtoename werd als acceptabel beoordeeld op basis van het bezonningsonderzoek. Het college had voldoende belangen afgewogen en de vergunning was in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.