ECLI:NL:RVS:2019:3107
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor dakopbouwen ondanks privacy- en bezonningsbezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende een omgevingsvergunning voor het plaatsen van dakopbouwen op vier woningen, wat leidde tot bezwaar en beroep door omwonenden die hun privacy, bezonning en gebruiksmogelijkheden bedreigd zagen.
De rechtbank oordeelde dat het college het stedenbouwkundige beeld niet schaadde en dat de nadelige effecten op privacy en bezonning niet onevenredig waren. Ook de vermeende toename van fietsparkeerdruk werd onvoldoende onderbouwd geacht.
In hoger beroep handhaafde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze beoordeling. Het college had voldoende rekening gehouden met het advies van de afdeling Stedenbouw en de belangen van omwonenden, waarbij een zekere mate van privacyverlies inherent is aan verstedelijking. De bezonningsstudie en het ruimtelijke kader rechtvaardigden de vergunning, en de vermeende overlast door fietsparkeren was niet direct verbonden aan het bouwplan.
De Afdeling concludeerde dat het college de belangen zorgvuldig en in redelijkheid had afgewogen en de vergunning terecht had verleend, waardoor het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.