ECLI:NL:RBAMS:2022:6644
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing terugbetalingsverplichting inburgeringslening en evenredigheidsbeginsel
Eiser was inburgeringsplichtig sinds oktober 2015 en moest een lening van bijna 9.728 euro terugbetalen omdat hij niet op tijd was ingeburgerd. Na bezwaar en beroep oordeelt de rechtbank dat het bezwaar tegen het niet-kwijtschelden van de lening terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het primaire besluit hierover geen beslissing bevatte.
De rechtbank stelt echter vast dat de minister bij het vaststellen van de terugbetalingsverplichting onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden van eiser, zoals de verleende ontheffing van de inburgeringsplicht in september 2020 en het feit dat het behalen van de examens al in mei 2019 niet haalbaar bleek. Dit leidt tot een schending van het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar ongegrond is verklaard en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin een volledige evenredigheidstoets wordt uitgevoerd. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het bezwaar ongegrond is verklaard en de minister moet een nieuw besluit nemen met een evenredigheidstoets.