Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Łódź, 4th Criminal Division, Polen, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
judgement of the District Court for Łódź-Widzew in Łódźvan 8 november 2000 met zaaknummer: VIII K 863/99, onherroepelijk sinds 12 december 2000, waarbij aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf voor de duur van één jaar en zes maanden is opgelegd. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar en drie maanden.
en
aggregate judgement of the District Court for Łódź-Śródmieście in Łodźvan 18 april 2016 met zaaknummer V K 1014/15 (
hierna: het verzamelvonnis), onherroepelijk sinds 3 juni 2016, waarbij aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en drie maanden is opgelegd, welke straf hij nog in zijn geheel moet uitzitten.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
2 september 2004 aanwezig was bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak en aldaar het woord heeft gevoerd. Tijdens de terechtzitting van 2 september 2004 werd de opgeëiste persoon geïnformeerd over de volgende zitting die op 29 september 2004 zou plaatsvinden. De opgeëiste persoon is niet op de zitting van 29 september 2004 verschenen waarna de zaak buiten zijn aanwezigheid verder is behandeld. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de verdenking en van het feit dat er een strafrechtelijke procedure aanhangig was. Op basis van bovenstaande feiten en omstandigheden kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering.
5.Strafbaarheid
6.Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW
hierna: Sr) luidt:
clemency’ verleend. Dit betrof een voorwaardelijke invrijheidsstelling met een proeftijd van 3 jaar. Op 11 december 2006 is de voorwaardelijke invrijheidsstelling herroepen omdat de opgeëiste persoon zich niet aan de voorwaarden hield.
7.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsbepalingen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Łodź, 4th Criminal Division, Polen.
[opgeëiste persoon]tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen.