Het geschil betreft de verplaatsing van het Van Tuyll-monument, een rijksmonument bij het Olympisch Stadion in Amsterdam, naar een minder zichtbare plek binnen het stadioncomplex. De derde-partij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor deze verplaatsing, welke door het college van burgemeester en wethouders is verleend. Eiseres betoogt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd, dat er geen noodzaak is voor verplaatsing en dat de monumentale waarde onvoldoende is onderzocht.
De rechtbank overweegt dat de vergunning op zorgvuldige wijze is verleend, waarbij het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam (CRK) is gevolgd. Dit advies staat verplaatsing toe onder voorwaarden en acht een maatschappelijke discussie over de definitieve locatie op een later moment passend. De rechtbank oordeelt dat het college in redelijkheid de vergunning heeft kunnen verlenen en dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt.
De rechtbank benadrukt dat het monument na verplaatsing semi-toegankelijk blijft en dat de verplaatsing reversibel is, zonder materiële schade. De associatie van de 'Olympische groet' met de Hitlergroet weegt zwaar mee in het besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 22 november 2022.