ECLI:NL:RBAMS:2022:7001

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 augustus 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
13/751932-21
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweer op grond van artikel 12 OLW

De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 juli 2022 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Circuit Court in Sieradz. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van 1 jaar en 2 maanden wegens diefstal met braak door twee of meer personen.

De verdediging voerde aan dat overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro, omdat de verdachte niet persoonlijk bij het proces aanwezig was geweest en niet op zijn hoger beroepsrecht was gewezen. De officier van justitie betoogde dat deze weigeringsgrond niet van toepassing was. De rechtbank stelde vast dat de verdachte weliswaar niet bij het proces aanwezig was, maar dat hij op 30 juli 2018 was verhoord en geïnformeerd over zijn verplichtingen omtrent adreswijzigingen. De oproepen werden naar het opgegeven adres gestuurd, en de verdachte was op de hoogte van het strafproces.

De rechtbank oordeelde dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten oplevert, mede omdat de verdachte onzorgvuldig was geweest in het doorgeven van zijn adreswijzigingen. Daarnaast voldeed het EAB aan de vereisten van de Overleveringswet en was er sprake van dubbele strafbaarheid van het ten laste gelegde feit. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees het verweer af.

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks het verweer op grond van artikel 12 OLW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751932-21
RK nummer: 22/2961
Datum uitspraak: 11 augustus 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 3 juni 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 11 mei 2021 door de
Circuit Court in Sieradz – II Criminal Division(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 juli 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T. Mustafazade, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
judgementvan de
District Court in Sieradz(Polen) van 10 januari 2019 (referentie: II K 664/18).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 2 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat er geen sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 12, sub a tot en met d, OLW. Toen de dagvaarding werd verstuurd, woonde de opgeëiste persoon al in Nederland en bovendien is hij nooit gewezen op zijn recht op hoger beroep, zodat hij zijn verdedigingsrechten niet heeft kunnen uitoefenen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW Pro niet aan de overlevering in de weg staat. De opgeëiste persoon is verhoord op 30 juli 2018, maar heeft daarna niet getracht op de hoogte te blijven van de verdere verloop van de strafprocedure.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit de aanvullende informatie van 22 juli 2022 blijkt dat de opgeëiste persoon op 30 juli 2018 is verhoord. Tijdens dit verhoor heeft hij ook de zogenaamde ‘adresinstructie’ ontvangen – inhoudende dat hij is gewezen op zijn verplichting om adreswijzigingen door te geven en de consequenties als hij dat niet doet, namelijk dat de correspondentie dan wordt aangemerkt als ‘
duly served’en er een beslissing kan volgen in zijn afwezigheid. De oproepen voor de zitting zijn naar het door hem opgegeven adres verstuurd, op 6 november 2018 en op 14 november 2018.
De bovengenoemde omstandigheden maken naar het oordeel van de rechtbank dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. Hij was op de hoogte dat er een strafproces tegen hem liep – hij is immers verhoord op 30 juli 2018. Daar komt bij dat, voor zover al niet kan worden gezegd dat hij uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, hij op zijn minst onzorgvuldig is geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie.
De rechtbank ziet gelet op het voorgaande dan ook aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren en verwerpt het verweer.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat in het EAB onder D) vermeld staat dat de opgeëiste persoon een kopie van het vonnis heeft ontvangen op 6 maart 2012. Gelet op het feit dat het vonnis dateert van januari 2019 en gelet op de aanvullende informatie van 22 juli 2022, merkt zij dit aan als een kennelijke verschrijving.

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Circuit Court in Sieradz – II Criminal Division(Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.T.C. de Vries en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. Rus, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 11 augustus 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.