De rechtbank Amsterdam heeft op 4 oktober 2022 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen.
De opgeëiste persoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit, werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie, witwassen, informaticacriminaliteit en oplichting. De rechtbank stelde vast dat het EAB aan de formele eisen voldoet en dat de strafbare feiten voorkomen op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven.
De rechtbank accepteerde de garantie van de Belgische autoriteiten dat bij een veroordeling de opgeëiste persoon zijn straf in Nederland kan ondergaan, conform het kaderbesluit 2008/909/JBZ. Tevens achtte de rechtbank de algemene detentiegarantie van België voldoende om het reële gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling weg te nemen, mede gelet op eerdere uitspraken en de toezeggingen over celruimte en sanitaire voorzieningen.
Gelet op het ontbreken van weigeringsgronden en de naleving van de wettelijke voorwaarden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.