ECLI:NL:RBAMS:2022:7198
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met toepassing van Iraans huwelijksvermogensrecht en bruidsgave
Partijen zijn in 2018 te Teheran gehuwd onder Iraans recht, waarbij een bruidsgave is overeengekomen. De vrouw verzoekt echtscheiding wegens duurzame ontwrichting en betaling van de bruidsgave. De man betwist de verschuldigdheid van de bruidsgave, wijst op vermeend misbruik door de vrouw en stelt dat de bruidsgave niet erkend kan worden onder Nederlands recht.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing is, waarbij het Iraanse recht geldt voor het huwelijksvermogensregime. De bruidsgave is een eigen vermogensrechtelijke aanspraak volgens Iraans recht en wordt erkend, zonder strijd met de Nederlandse openbare orde.
Het verweer van de man dat de vrouw misbruik zou hebben gemaakt van het huwelijk en dat zij een schadevergoeding aan hem moet betalen, wordt verworpen. De rechtbank wijst de echtscheiding toe en veroordeelt de man tot betaling van de bruidsgave van € 26.496, vermeerderd met wettelijke rente. Andere vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken en man veroordeeld tot betaling van de bruidsgave van € 26.496 met wettelijke rente.