ECLI:NL:RBAMS:2022:7270
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beëindiging noodopvang dakloos gezin zonder voldoende belangenafweging kind
Eiseres, samen met haar dochter, verbleef sinds november 2020 in noodopvang nadat zij dakloos werden. Het college beëindigde de noodopvang omdat eiseres niet voldeed aan de eis van minimaal 24 maanden verblijf in Nederland. Eiseres maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat beëindiging in strijd is met diverse internationale en Europese grondrechten, waaronder het recht op opvang voor kinderen.
De rechtbank overwoog dat de regeling voor noodopvang als buitenwettelijk begunstigend beleid geldt, waarbij toetsing beperkt is tot consistentie van beleid en schending van fundamentele rechten. Het college had het beleid consistent toegepast en het beroep op het EU-recht en eerdere jurisprudentie faalde. Wel oordeelde de rechtbank dat het college onvoldoende heeft onderzocht en gemotiveerd wat de gevolgen van beëindiging zijn voor het kind, dat in een kwetsbare positie verkeert.
De rechtbank gaf het college daarom acht weken om dit gebrek te herstellen met een aanvullende motivering of nieuw besluit, waarbij ook instanties als Veilig Thuis kunnen worden betrokken. Tot die tijd moet het college de noodopvang voortzetten. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening toe en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college moet de belangen van het kind beter meewegen en de noodopvang voortzetten tot herstel van het besluit.