Op 9 december 2022 heeft de rechtbank Amsterdam in de internationale rechtshulpkamer besloten tot verlenging van de gevangenhouding van de opgeëiste persoon, die op grond van een Europees aanhoudingsbevel door Duitsland werd opgeëist.
De rechtbank overweegt dat de feitelijke overlevering, hoewel toegestaan bij vonnis van 10 november 2022, nog niet heeft plaatsgevonden. De officier van justitie had de feitelijke overlevering uitgesteld, maar de rechtbank stelt vast dat deze beslissing volgens een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2022:964) door de rechter moet worden genomen en niet door de officier van justitie.
Na afweging van alle belangen besluit de rechtbank dat de feitelijke overlevering moet worden uitgesteld vanwege lopende strafvervolging in Nederland. De rechtbank verlengt daarom de gevangenhouding met dertig dagen. Deze beslissing vervangt de eerdere beslissing van de officier van justitie en rechtvaardigt het handhaven van de overleveringsdetentie.