Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
primair:verkrachting van [benadeelde partij] op 20 februari 2022;
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregelen
- verdachte is onderzocht door een psychiater en psycholoog, die hebben vastgesteld dat tijdens het begaan van de bewezenverklaarde feiten bij verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
- de bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer staat (artikel 243 Sr Pro en 300 in combinatie met 304 Sr);
- gebleken is dat verdachte onder invloed van de bij hem vastgestelde stoornissen een gevaar vormt voor anderen.
8.Vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
1 (één) jaar.
ter beschikking zal worden gesteld, en stelt daarbij de volgende algemene voorwaarden:
dadelijk uitvoerbaarop grond van artikel 38 lid 6 Sr Pro.
maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht, strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
benadeelde partij [benadeelde partij]toe tot een bedrag van
€ 2.500,- (vijfentwintighonderd euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 februari 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening.
ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat € 2.500,- (vijfentwintighonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 februari 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 35 (vijfendertig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
benadeelde partij [naam ambtenaar]toe tot een bedrag van € 600,-
(zeshonderd euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 februari 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening.
ten behoeve van [naam ambtenaar] aan de Staat € 600,- (zeshonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 februari 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 12 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.