ECLI:NL:RBAMS:2022:7662

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 december 2022
Publicatiedatum
20 december 2022
Zaaknummer
13/751709-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 december 2022 het verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de regionale rechtbank in Kielce, Polen. De verdachte was niet verschenen bij de zitting, en zijn raadsman was niet gemachtigd om namens hem te spreken. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn van 90 dagen was verstreken, waardoor de verdachte niet langer gevangen mocht worden gehouden.

De identiteit van de verdachte werd vastgesteld en bevestigd dat hij de Poolse nationaliteit bezit. Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van één jaar opgelegd door het lokale gerechtshof in Końskie, Polen, voor feiten die oplichting betreffen. De rechtbank onderzocht de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro en concludeerde dat deze niet van toepassing was, aangezien de verdachte in hoger beroep door een advocaat werd vertegenwoordigd en daadwerkelijk verdedigd.

Verder stelde de rechtbank vast dat de feiten waarvoor overlevering werd verzocht, ook onder het Nederlandse recht strafbaar zijn als oplichting, en dat aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan. Er waren geen andere weigeringsgronden of omstandigheden die overlevering in de weg stonden. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de uitvoering van een vrijheidsstraf van één jaar wegens oplichting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751709-20
RK nummer: 20/3948
Datum uitspraak: 15 december 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 augustus 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 mei 2020 door
the Regional Court in Kielce (Sąd Okręgowy w Kielcach),Polen en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994,
thans zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 1 december 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is niet verschenen en zijn raadsman A. van Galen, die waarneemt voor mr. M.C. Levy, advocaat te Rotterdam, is niet gemachtigd om het woord namens hem te voeren.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW Pro op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
enforceable judgement of the Local Court in Końskie of 11 April 2017(II K 606/16).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Uit door
the Local Court in Końskieop 19 oktober 2020 verstrekte aanvullende informatie volgt dat er in deze procedure hoger beroep is ingesteld, waarin op 13 juli 2018 arrest is gewezen. De rechtbank leidt uit genoemde aanvullende informatie, indien in samenhang gelezen met de vraagstelling die daaraan is voorafgegaan, af dat in hoger beroep “
the merits of the case” zijn behandeld. De rechtbank zal dan ook alleen het verloop van deze procedure in hoger beroep toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van het arrest van 13 juli 2018 terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat zich een omstandigheid als in artikel 12, sub b, OLW heeft voorgedaan. Uit de genoemde aanvullende informatie kan immers worden afgeleid dat de opgeëiste persoon, eerst nadat hij in eerste aanleg was veroordeeld, een advocaat heeft ingeschakeld en dat hij deze heeft gemachtigd om voor hem hoger beroep in te stellen en zijn verdediging te voeren. Verder blijkt uit die aanvullende informatie dat er in de procedure in hoger beroep twee zittingen zijn gehouden, dat de opgeëiste persoon met betrekking tot de tweede, laatste zitting ‘
duly notified”was en dat de door de opgeëiste persoon gemachtigde advocaat op beide zittingsdagen aanwezig is geweest, uit welke laatste omstandigheid naar het oordeel van de rechtbank voortvloeit dat de advocaat de opgeëiste persoon op die zittingen daadwerkelijk heeft verdedigd. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is daarom niet aan de orde.

4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
oplichting, meermalen gepleegd.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 326 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan door
the Regional Court in Kielce (Sąd Okręgowy w Kielcach)in Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. A.J. Scheijde, voorzitter,
mrs. A.J.R.M. Vermolen en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 15 december 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.