ECLI:NL:RBAMS:2022:8017
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring op grond van wooneis en algemene weigeringsgronden
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op sociale gronden omdat hij na het overlijden van zijn moeder geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de eis dat hij voorafgaand aan de aanvraag vier jaar onafgebroken in Amsterdam moest hebben gewoond, zoals blijkt uit de Basisregistratie Personen (BRP).
De rechtbank stelt vast dat eiser niet aan deze wooneis voldoet, mede omdat hij gedurende een periode in 2019 in een andere gemeente stond ingeschreven. Daarnaast is geen sprake van een urgent woonprobleem omdat eiser bij vrienden en familie inwoont, wat volgens de Nadere Regels geen urgentie rechtvaardigt.
Eiser heeft aangevoerd dat hij is geboren en getogen in Amsterdam en dat hij voor zijn moeder heeft gezorgd, maar deze omstandigheden zijn niet voldoende om de hardheidsclausule toe te passen. Ook medische problematiek is niet aangetoond. De rechtbank oordeelt dat de situatie van eiser niet schrijnend of uitzonderlijk genoeg is om alsnog een urgentieverklaring te verlenen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van verweerder. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierechten of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.