Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2022:8130

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 november 2022
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
13/751314-19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet ontvankelijk in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 oktober 2022 de vordering van het Openbaar Ministerie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Hof van Beroep te Antwerpen op 4 april 2019. De opgeëiste persoon, met dubbele Nederlandse en Turkse nationaliteit, werd bijgestaan door zijn advocaat tijdens de zitting.

Na sluiting van het onderzoek ontving de rechtbank op 7 november 2022 een bericht van de Belgische autoriteiten waarin werd meegedeeld dat het EAB was ingetrokken. Gezien deze intrekking verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot in behandeling nemen van het EAB.

Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de geschorste overleveringsdetentie met betrekking tot het EAB was beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, waarmee de uitspraak definitief is.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking door de Belgische autoriteiten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751314-19 (EAB I)
RK nummer: 22/3961
Datum uitspraak: 8 november 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 17 augustus 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 april 2019 door
het Parket-Generaal van het Hof van Beroep van Antwerpen(België) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
Van [adres], [plaats]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 oktober 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. Mcgivern.
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn advocaat, mr. J. Vermaat, advocaat te Rotterdam.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij zowel de Nederlandse als de Turkse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Na de sluiting van het onderzoek in deze zaak is bij de rechtbank op 7 november 2022 een e-mail van de Belgische autoriteiten binnengekomen waaruit blijkt dat EAB I is ingetrokken.
De rechtbank zal gelet op het bovenstaande het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaren in de vordering.

4.Beslissing

VERKLAARThet Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van EAB I
.
STELT VASTdat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd voor wat betreft EAB I.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. E.G.M.M. van Gessel en H.G. van der Wilt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 8 november 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.