De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 oktober 2022 de vordering van het Openbaar Ministerie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Belgische autoriteiten. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een Poolse opgeëiste persoon. De opgeëiste persoon en zijn raadsman waren niet aanwezig bij de zitting. De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en bevestigde zijn Poolse nationaliteit.
De officier van justitie stelde dat de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest verklaren omdat de Belgische autoriteiten het EAB hadden ingetrokken. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering. Tevens stelde de rechtbank vast dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.
De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters, waarbij één rechter niet in staat was de uitspraak mede te ondertekenen. De beslissing betekent dat de procedure tot overlevering niet wordt voortgezet vanwege de intrekking van het EAB door de Belgische autoriteiten.