Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2022:8135

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 november 2022
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
13/214553-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor illegale handel in verdovende middelen

De rechtbank Amsterdam heeft op 8 november 2022 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB was uitgevaardigd door het Amtsgericht Mannheim vanwege een strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen. De verdachte, die de Nederlandse nationaliteit bezit, was niet verschenen op de zitting, en zijn raadsman was niet gemachtigd om op te treden.

De rechtbank heeft de identiteit van de verdachte vastgesteld en het EAB getoetst aan de vereisten van de Overleveringswet (OLW). Omdat de feiten voorkomen op de lijst van bijlage 1 OLW en de straf dreigt te zijn van ten minste drie jaar gevangenisstraf, is de dubbele strafbaarheid niet onderzocht. De Duitse autoriteiten hebben een terugkeergarantie gegeven dat de verdachte bij veroordeling zijn straf in Nederland mag uitzitten.

De rechtbank oordeelde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet, er geen weigeringsgronden zijn en de terugkeergarantie voldoende is. Daarom is de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe met terugkeergarantie voor strafuitvoering in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/214553-22
RK nummer: 22/4088
Datum uitspraak: 8 november 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 september 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 mei 2022 door het
Amtsgericht Mannheim(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het [adres]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 oktober 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.
De opgeëiste persoon is niet ter zitting van de rechtbank verschenen.
De raadsman, mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen, is verschenen maar is niet gemachtigd namens de opgeëiste persoon op te treden.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een op 3 mei 2022 door het
Amtsgericht Mannheimuitgevaardigd aanhoudingsbevel, met referentie 41 Gs 902/22.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op de feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De
Staatsanwaltschaft Mannheimheeft op 8 september 2022 de volgende garantie gegeven:
It is assured that the persecuted person [opgeëiste persoon] will be retur­ ned to the Netherlands for further enforcement of sentences in the event of a final conviction in the Federal Republic of Germany on the basis of the current version of the framework decision 2008/909/JI of the Council of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition to judgments in criminal matters, imposing a sentence or measure involving deprivation of liberty, for the purposes of their enforcement in the European Union (ABI. L 327 of 5th Dezember 2008, page 27).
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Mannheim(Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. E.G.M.M. van Gessel en H.G. van der Wilt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 8 november 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.