De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 oktober 2022 de vordering van het Openbaar Ministerie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een Poolse verdachte geboren in 1996. Tijdens de zitting was de verdachte niet aanwezig, wel was zijn raadsman aanwezig.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn van 90 dagen waarbinnen zij op het overleveringsverzoek moest beslissen reeds was verstreken, waardoor geen grondslag meer bestond voor gevangenhouding. Tevens onderzocht de rechtbank de identiteit van de opgeëiste persoon en bevestigde deze correctheid.
Het Openbaar Ministerie stelde dat het niet ontvankelijk verklaard moest worden omdat de Poolse autoriteiten het EAB hadden ingetrokken. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.