Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Beslissing
niet-ontvankelijkin haar vordering.
niet-ontvankelijkin zijn vordering.
niet-ontvankelijkin zijn vordering.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 27 oktober 2022 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, geboren in 2004, die werd verdacht van meerdere feiten van oplichting en diefstal in vereniging in Amsterdam in de periode januari tot maart 2021.
De tenlastelegging betrof onder meer oplichting door het benaderen van verkopers via Marktplaats, gevolgd door diefstal van telefoons met geweld of bedreiging. De politie startte een onderzoek met meerdere pseudokopen, waarna verdachte en een medeverdachte werden aangehouden.
Hoewel sprake was van een duidelijke modus operandi en contact met aangevers via het IP-adres van verdachte, oordeelde de rechtbank dat dit onvoldoende bewijs leverde voor zijn betrokkenheid. Verdachte verklaarde zijn wifi-code te hebben gedeeld, wat het gebruik van het IP-adres door anderen mogelijk maakt. Het dossier bevatte geen belastend materiaal uit in beslag genomen devices en signalementen van daders waren te algemeen of pasten niet op verdachte.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De schadevorderingen van benadeelden werden als niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij oplichting en diefstal.