Uitspraak
,
regio Amsterdam,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.
1.De procedure
2.De feiten
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2020,
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van de moeder om de vader het contact met hun minderjarige kind te verbieden. Partijen oefenden gezamenlijk gezag uit, maar het kind verbleef bij de moeder sinds het uiteengaan van de ouders. De moeder vorderde een contactverbod voor de vader vanwege diens grensoverschrijdend gedrag en ernstige agressieregulatieproblemen, ondersteund door audio- en voiceberichten.
De vader betwistte het verzoek en stelde dat hij een woning heeft waar het kind veilig kan verblijven. Hij erkende emotionele problemen en heeft een therapeutische behandeling gestart. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het contactverbod en benadrukte de onveiligheid voor het jonge kind door de spanningen tussen ouders.
De rechtbank oordeelde dat het contact met de vader ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind. Het contactverbod werd opgelegd voor zes maanden, korter dan het door de moeder gevraagde jaar, mede vanwege de positieve stap van de vader om aan zijn problemen te werken. De vader moet zich strikt aan het contactverbod houden, en verdere omgang kan pas worden overwogen na behandeling en herstel van rust.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de kosten worden door partijen zelf gedragen. Het contactverbod geldt zowel persoonlijk als via communicatiekanalen, met uitzondering van contact via de advocaat en de gezinsvoogd in het kader van de voorlopige ondertoezichtstelling.
Uitkomst: De rechtbank ontzegt de vader het omgangsrecht met de minderjarige voor zes maanden en legt een contactverbod op.