ECLI:NL:RBAMS:2022:8406
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie bij onvoldoende onderbouwd verzoek en vrijwillige betaling
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van de vrouw om kinderalimentatie voor hun minderjarige kind, woonachtig in Suriname. De vrouw vroeg een bijdrage van €250 per maand, gebaseerd op een behoeftelijst met kosten omgezet naar euro's. De man betwistte de hoogte van de behoefte, wijzend op het lage inkomen van de vrouw en dat eerdere betalingen vooral bestemd waren voor vaste lasten en haar levensonderhoud.
Tijdens de zitting, waarbij de vrouw via beeldbellen vanuit Suriname werd gehoord, bood de man aan om het bedrag van €100 per maand dat hij tot dan toe vrijwillig betaalde te blijven voldoen. De rechtbank vond de door de vrouw opgevoerde behoefte onwaarschijnlijk hoog en onvoldoende onderbouwd. Gezien het inkomen van beide partijen en de vrijwillige bijdrage van de man, achtte de rechtbank deze bijdrage passend.
De rechtbank besloot dat de man €100 per maand aan kinderalimentatie betaalt, ingaand per heden, en wees het meer gevorderde af. Elk van de partijen draagt de eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank stelt de kinderalimentatie vast op €100 per maand en wijst het meer gevorderde af.