De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 november 2022 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Denemarken, gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank Randers op 19 september 2022. De verdachte werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, feiten die volgens de Overleveringswet (OLW) onder bijlage 1 vallen.
De rechtbank stelde de identiteit van de verdachte vast en bevestigde diens Nederlandse nationaliteit. De rechtbank nam kennis van een garantie van de Deense justitiële autoriteiten dat, indien de verdachte in Denemarken tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland mag uitzitten. De verdediging verzocht om nadere informatie over detentieomstandigheden in Denemarken, met name over het ontbreken van telefonische communicatie vanuit de gevangenis, maar de rechtbank vond hiervoor geen aanleiding.
De rechtbank concludeerde dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet, er geen weigeringsgronden zijn en dat de overlevering kan worden toegestaan. De uitspraak werd gedaan op 6 december 2022 en is niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel.