AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor geweldpleging en diefstal
De rechtbank Amsterdam heeft op 14 februari 2023 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie. Het verzoek betreft een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Radom, Polen, voor een verdachte geboren in 1969, die wordt gezocht voor de uitvoering van een vrijheidsstraf van twee jaar, waarvan nog bijna twee jaar resteert.
Tijdens de openbare zitting van 31 januari 2023 is de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en is bevestigd dat hij de Poolse nationaliteit bezit. De raadsman van de verdachte heeft geen weigeringsgronden aangevoerd. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak met dertig dagen verlengd om de zaak zorgvuldig te kunnen beoordelen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de formele eisen van de Overleveringswet en dat het feit waarvoor overlevering wordt gevraagd, namelijk diefstal voorafgegaan door geweld gepleegd door meerdere personen, ook onder het Nederlandse recht strafbaar is. Er zijn geen weigeringsgronden aanwezig die de overlevering in de weg staan. Daarom is de overlevering toegestaan en wordt de verdachte uitgeleverd aan Polen voor de verdere uitvoering van de straf.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de uitvoering van de opgelegde vrijheidsstraf.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/320424-22
RK nummer: 22/5064
Datum uitspraak: 14 februari 2023
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 9 december 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 14 september 2022 door the Regional Court in Radom(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geoorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1969,
wonende op het adres: [adres],
gedetineerd in [detentieadres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 31 januari 2023. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.M. Terlingen, advocaat te Hoorn en door een tolk in de Poolse taal. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van weigeringsgronden.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een judgment of the District Court in Radom of 23 October 2018, ref. II K 1312/18.
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 1 jaar, 11 maanden en 28 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
4.Strafbaarheid
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
5.Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
6.Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.
7.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Radom(Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 14 februari 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.