ECLI:NL:RBAMS:2023:1032

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 februari 2023
Publicatiedatum
24 februari 2023
Zaaknummer
13/303672-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse autoriteiten. Het EAB betrof de overlevering van een persoon die verdacht werd van strafbare feiten in Frankrijk. Tijdens de procedure gaf de officier van justitie aan dat het EAB mogelijk heroverwogen zou worden vanwege persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon.

De rechtbank verlengde de termijn voor uitspraak en schorste de gevangenhouding onder gelijktijdige schorsing, in afwachting van een mogelijke intrekking van het EAB. Bij hervatting van de zitting verklaarde de officier van justitie zich niet-ontvankelijk omdat het EAB was ingetrokken door de Franse autoriteiten.

De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Tevens werd de geschorste overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking door de Franse autoriteiten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/303672-22
RK nummer: 22/4870
Datum uitspraak: 16 februari 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 23 november 2022 tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 november 2022 door de officier van justitie bij de rechtbank te Bordeaux (Frankrijk) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 januari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort.
De officier van justitie heeft toegelicht dat zij, gelet op het feit dat de opgeëiste persoon recent een baby heeft gekregen, bij de Franse officier van justitie heeft geïnformeerd of er in Franse detentie ‘moeder-kind’-plekken beschikbaar zijn. De Franse officier van justitie heeft daarop aangegeven mogelijk bereid te zijn om het EAB te heroverwegen als de partner van de opgeëiste persoon, na zijn overlevering, in Frankrijk is gehoord.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2] Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding onder gelijktijdige schorsing bevolen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst, in afwachting van een eventuele heroverweging (intrekking) van het EAB door de Franse officier van justitie.
De behandeling van de vordering is - met instemming van partijen gelet op de gewijzigde samenstelling van de rechtbank - hervat op de openbare zitting van 16 februari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 17 november 2022, uitgevaardigd door de ondervoorzitter belast met het gerechtelijk vooronderzoek bij de rechtbank te Bordeaux, parketnummer 21271000730, nr. gerechtelijk vooronderzoek JICABJI1521000013.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. De signalering is uit het systeem verwijderd en een collega van de Franse officier van justitie die het EAB heeft uitgevaardigd, heeft bevestigd dat de intrekking van het EAB is bevolen. Deze omstandigheden tezamen duiden erop dat het EAB is ingetrokken.
De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt.

5.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
HEFT OPde geschorste overleveringsdetentie.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. G.M. Beunk en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 16 februari 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.