ECLI:NL:RBAMS:2023:1032
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse autoriteiten. Het EAB betrof de overlevering van een persoon die verdacht werd van strafbare feiten in Frankrijk. Tijdens de procedure gaf de officier van justitie aan dat het EAB mogelijk heroverwogen zou worden vanwege persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon.
De rechtbank verlengde de termijn voor uitspraak en schorste de gevangenhouding onder gelijktijdige schorsing, in afwachting van een mogelijke intrekking van het EAB. Bij hervatting van de zitting verklaarde de officier van justitie zich niet-ontvankelijk omdat het EAB was ingetrokken door de Franse autoriteiten.
De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Tevens werd de geschorste overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking door de Franse autoriteiten.