De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 januari 2023 een tussenuitspraak over een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen. Het EAB betreft de overlevering van een persoon verdacht van deelneming aan een criminele organisatie en betrokkenheid bij schietincidenten in België.
De rechtbank stelde vast dat het EAB genoegzaam is en voldoet aan de vereisten van de Overleveringswet, waaronder een voldoende omschrijving van het strafbare feit en de rol van de opgeëiste persoon. De strafbaarheid is gebaseerd op een lijstfeit waarvoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht. Tevens is een garantie gegeven dat de opgeëiste persoon bij veroordeling in België zijn straf in Nederland kan ondergaan.
Vanwege ernstige zorgen over de detentieomstandigheden in België, die een reëel gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling opleveren, besloot de rechtbank de beslissing over de overlevering aan te houden en stelde een redelijke termijn van maximaal 60 dagen vast voor hernieuwde behandeling. Het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie werd afgewezen wegens groot vluchtgevaar en onvoldoende binding met Nederland.
De rechtbank verlengde de beslistermijn en de gevangenhouding met 60 dagen en bepaalde dat de zaak uiterlijk 14 dagen voor 1 maart 2023 opnieuw op zitting komt. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.