De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een Nederlandse onderdaan aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen. Het EAB betreft ernstige strafbare feiten zoals illegale handel in verdovende middelen en wapens, waarop een gevangenisstraf van minimaal drie jaar staat volgens Belgisch recht.
De opgeëiste persoon erkende zijn identiteit en Nederlandse nationaliteit. De Belgische autoriteiten gaven een garantie dat, indien de opgeëiste persoon in België onherroepelijk wordt veroordeeld tot een vrijheidsstraf, hij deze in Nederland mag ondergaan. De rechtbank achtte deze garantie voldoende.
Echter, de rechtbank constateerde een reëel gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling in Belgische detentie, mede vanwege onvoldoende persoonlijke ruimte en sanitaire omstandigheden. Daarom werd de beslissing over de overlevering aangehouden en de beslistermijn verlengd met 60 dagen. Binnen deze termijn zal de situatie opnieuw worden beoordeeld. De gevangenhouding werd eveneens met schorsing verlengd.
De rechtbank bepaalde dat de zaak uiterlijk 14 dagen voor het einde van de verlengde termijn opnieuw zal worden behandeld. Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.