De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 januari 2023 het verzoek tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen. De opgeëiste persoon wordt verdacht van informaticacriminaliteit, meer specifiek het onrechtmatig gebruik van tokens met bankgegevens in België tussen december 2021 en maart 2022.
De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende duidelijkheid gaf over de verdenking, maar de rechtbank oordeelde dat de omschrijving voldoet aan de vereisten van de Overleveringswet en het specialiteitsbeginsel. De strafbare feiten zijn vermeld op bijlage 1 bij de OLW, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft. De opgeëiste persoon ontkende de feiten, maar dit onschuldverweer leidt niet tot weigering van overlevering.
Vanwege de Nederlandse nationaliteit van de opgeëiste persoon is een garantie gegeven dat hij een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland mag ondergaan. De rechtbank constateerde echter dat er een reëel gevaar bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling in Belgische detentie. Daarom wordt de beslissing over de overlevering aangehouden en zal binnen een redelijke termijn van maximaal 60 dagen opnieuw worden beoordeeld of de omstandigheden zijn gewijzigd.
De rechtbank verlengde de beslistermijn en de schorsing van de gevangenhouding met 60 dagen. De zaak wordt opnieuw op zitting behandeld uiterlijk 14 dagen voor het einde van deze termijn. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.