De rechtbank Amsterdam heeft op 2 maart 2023 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Koszalin. De opgeëiste persoon werd verdacht van een strafbaar feit waarvoor een vrijheidsstraf van één jaar is opgelegd, waarvan nog circa vijf maanden resteren.
Tijdens de zitting van 16 februari 2023, waarbij de opgeëiste persoon werd bijgestaan door zijn raadsman en een Poolse tolk, werd zijn identiteit bevestigd. De rechtbank onderzocht of voldaan werd aan de voorwaarden voor overlevering, waaronder de toetsing van dubbele strafbaarheid. De rechtbank concludeerde dat het feit ook in Nederland strafbaar is als overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994.
De verdediging voerde aan dat overlevering zou leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling vanwege eerdere mishandelingen in de Poolse gevangenis in Koszalin. De rechtbank oordeelde echter dat er geen objectieve en actuele gegevens waren die een algemeen reëel gevaar van dergelijke behandeling aantoonden. Gezien het kader van de Europese jurisprudentie (Aranyosi en Căldăraru) werd dit bezwaar verworpen.
De rechtbank stelde vast dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en dat er geen weigeringsgronden zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.