Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:1188

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 maart 2023
Publicatiedatum
2 maart 2023
Zaaknummer
13/336731-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens georganiseerde diefstal

De rechtbank Amsterdam heeft op 2 maart 2023 uitspraak gedaan over de vordering van het openbaar ministerie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Mannheim in Duitsland. Het EAB betreft de overlevering van een Nederlandse vrouw geboren in 1995, verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal, een strafbaar feit volgens Duits recht met een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar.

Tijdens de zitting op 16 februari 2023 verscheen de opgeëiste persoon, die haar identiteit bevestigde en geen verweren voerde tegen het EAB. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 van Pro de Overleveringswet (OLW) en dat het strafbare feit voorkomt op de lijst van bijlage 1 bij de OLW, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven.

De rechtbank nam kennis van de garantie van de Duitse autoriteiten dat, indien de opgeëiste persoon in Duitsland onvoorwaardelijk wordt veroordeeld, zij haar straf in Nederland mag ondergaan. Deze garantie werd als voldoende beoordeeld. Er waren geen weigeringsgronden of andere belemmeringen voor overlevering. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan, conform artikel 29, tweede lid, OLW, waartegen geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/336731-22
RK nummer: 23/19
Datum uitspraak: 2 maart 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie van 4 januari 2023 bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 8 september 2022 door het
Amtsgericht Mannheim, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] alias [alias opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 februari 2021. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp, die geen verweren ten aanzien van het EAB heeft gevoerd.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat zij [opgeëiste persoon] heet en dat de overige bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van het
Amtsgericht Mannheimvan 8 november 2021 (42 Gs 2533/21).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [2]

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Haar overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De
Senior Public Prosecutorte Mannheim heeft op 25 januari 2023 de volgende garantie gegeven:
“This is to assure you that the prosecuted person [alias opgeëiste persoon] (alias [opgeëiste persoon]
), born on [geboortedag] 1995, will be transferred to the Netherlands
for further enforcement of the punishment in the event of a legally effective verdict
in the Federal Republic of Germany on the basis of the valid Version of
Framework Decision 2008/909/JHA of the Council of 27 November 2008 on the
application of the principle of mutual recognition to judgments in criminal matters
imposing custodial sentences or measures for the purpose of their enforcement
in the European Union (OJ L 327 of 5.12.2008, p. 27).”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon] alias [alias opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Mannheim(Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. G.M. Beunk en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 2 maart 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.