Yvastgoed vorderde beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning in Amsterdam vanwege dringend eigen gebruik voor funderingsherstel en gebrekkige brandveiligheid. De bewoners betwistten de dringendheid en stelden dat de fundering nog minimaal vijftien jaar mee kan en dat brandveiligheid met ingrepen binnen de bestaande situatie kan worden verbeterd.
De rechtbank onderzocht de rapporten van deskundigen over de fundering. Het fundatierapport van Yvastgoed stelde dat de fundering een restlevensduur van één tot vijf jaar heeft vanwege droogstand, terwijl de contra-expertise van de bewoners een langere levensduur aannam en de gebruikte peilbuizen onvoldoende representatief vond. De rechtbank concludeerde dat de vrees voor toekomstige langdurige droogstand onvoldoende aannemelijk is gemaakt.
Ook de gebrekkige brandveiligheid werd als dringend erkend, maar herstel kon volgens de bewoners binnen de bestaande situatie plaatsvinden zonder ontruiming. De rechtbank vond dat Yvastgoed onvoldoende had aangetoond dat renovatie alleen met beëindiging van de huurovereenkomst mogelijk was. De vordering werd afgewezen en Yvastgoed werd veroordeeld in de proceskosten.