Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
hierna: officier van justitie) mr. A.C. Kramer en mr. J.J. Smilde en van wat verdachte en zijn raadslieden mr. N.C.J. Meijering en S.C. van Klaveren (
hierna: de raadsman) naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
hierna: Sr) toe - nu verdachte heeft kunnen aannemen dat hetgeen hij heeft gesteld waar is en dat het algemeen belang het door hem gestelde eiste -, dan wel strafbaarheid kan worden uitgesloten op grond van artikel 10 EVRM Pro.
hierna: Sv).
hierna: AD) is verschenen. Hierin is de naam van aangever al gepubliceerd voor de uitzending bij [naam programma 2] . De officier van justitie heeft ook naar dit artikel in het AD verwezen. De rechtbank heeft geconstateerd dat dit artikel op 30 oktober 2017 om 22:46 uur – en daarmee slechts veertien minuten voor aanvang van de talkshow [naam programma 2] – online is verschenen. Daarbij heeft de rechtbank verder opgemerkt dat de inhoud van het artikel de aankondiging betreft dat aangever degene is die in het artikel van verdachte is bedoeld en dat aangever die avond in het televisieprogramma [naam programma 2] op de aantijgingen zal reageren. De rechtbank ziet in de verdere inhoud van het artikel in het AD sterke aanwijzingen dat de berichtgeving over de identiteit van aangever het directe gevolg is van het voornemen van aangever om die avond bij [naam programma 2] in de uitzending te zitten. Zo is uit de inhoud van het artikel af te leiden dat met de advocaat van aangever contact is geweest over de inhoud van de op handen zijnde uitzending. In het artikel is immers opgenomen dat zijn advocaat het kwalijk vindt dat Trouw het relaas van verdachte heeft gepubliceerd zonder wederhoor, maar dat de advocaat verder nog geen commentaar wil geven wegens de exclusiviteit die door [naam programma 2] was bedongen. Gelet daarop ziet de rechtbank in het AD-artikel onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat de naam van aangever ook bekend zou zijn geworden, indien aangever zijn naam niet zelf bekend zou hebben gemaakt.
4.Bewezenverklaring
5.Beslissing
ontslaat verdachte van alle rechtsvervolgingter zake daarvan.