Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
[emailadres 1].
[emailadres 1]aan verdachte toebehoort. De gebruiker van dit e-mailadres stuurt berichten over de ontvangst van blokken cocaïne en stuurt ook foto’s van blokken cocaïne die hij onder zich heeft.
tokendat wordt gebruikt bij de overdracht van grote sommen contant geld) is te zien en foto’s van bundels bankbiljetten.
[emailadres 1]. Uit de communicatie is gebleken dat de gebruiker van dit e-mailadres een conversatie voert over het aanbetalen van een scooter van zijn zoon en over een boete. Daarbij wordt een foto van een brief van het RDW meegestuurd. Op de brief is duidelijk de naam van verdachte en het adres [adres] zichtbaar. Dit is het adres waarop verdachte destijds ingeschreven stond in de Basisregistratie Personen (BRP), zoals verdachte ter zitting heeft bevestigd. Verdachte heeft bovendien een zoon van (destijds) 16 jaar.
[emailadres 1]is geweest.
stashenen wegleggen. [naam 1] verdachte vraagt ‘eerst even die handel allemaal aan te pakken en weg te leggen’, meldt dat de bezorger er ieder moment kan zijn en vraagt aan verdachte ‘die grote pakketten even met beleid open te snijden’. Korte tijd later stuurt verdachte een foto van tien blokken cocaïne waarop [naam 1] reageert met: ‘zijn top toch’. De rechtbank stelt hiermee vast dat de genoemde blokken cocaïne daadwerkelijk door verdachte zijn ontvangen.
[emailadres 2](hierna: [naam 2] ) waarin verdachte aangeeft nu ‘de laatste’ in te pakken. Daarbij stuurt verdachte een foto van acht blokken cocaïne. De rechtbank constateert dat verdachte hiermee bedoelt dat hij het laatste blok aan het inpakken is en dat hij dus de blokken op de foto aanwezig had.
[emailadres 3](hierna: [naam 4] ) een bericht waarin staat dat er 5 keer een bedrag van 27.750 euro moet worden uitbetaald aan [naam club] . De volgende dag stuurt [naam 4] een bericht terug dat het geldbedrag is afgeleverd.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Beslag
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
40 maanden.
10 maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
2 jarenvast.