Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2023 in de zaken tussen
[eiser] uit Amsterdam, eiser,
Inleiding
Totstandkoming van de bestreden besluiten
8 november 2021 vindt een eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWB) plaats en op
9 november 2021 (de datum in geding I) weer geschikt is voor zijn eigen werk. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Daarom heeft een verzekeringsarts bezwaar en beroep van verweerder opnieuw naar het dossier gekeken. Zijn bevindingen zijn opgenomen in een rapport van [medio 5] mei 2022. De verzekeringsarts bezwaar en beroep wijkt niet af van het oordeel van de primaire verzekeringsarts. Met het bestreden besluit van 3 juni 2022 handhaaft verweerder daarom het primaire besluit. Hiertegen richt zich het beroep van eiser onder kenmerk 22/3274.
Beoordeling door de rechtbank
[medio 6] juni 2020 dat is opgesteld omdat eiser in de Ziektewet zat, wordt opgemerkt dat er onderzoek nodig is om de belastbaarheid van de rechterarm van eiser goed te kunnen bepalen. De rechtbank vraagt zich af waarom dit onderzoek niet is verricht en waarop desondanks is gebaseerd dat eiser ongeveer 600 keer per uur reikbewegingen over 70 centimeter kan maken. Op dit punt is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd.
De verzekeringsarts licht toe dat vooral de frequentie van het reiken bepalend is voor de belasting. Daarom vind ik deze functie op dit punt minder geschikt en heb ik een andere meer passende functie gevonden (…).”De rechtbank leidt hieruit af dat de frequentie van het reiken (voor eiser) meer belastend is dan de reikafstand. Daarom vindt de rechtbank de geschiktheid van de functie textielproductenmaker onvoldoende onderbouwd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op binnen zes weken na het gezag van gewijsde krijgen van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 100,- (2x € 50,-) aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ter hoogte van € 1.674,-.