Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[adres] ,
nu gedetineerd in het [detentieadres] ,
1.Onderzoek ter zitting
21 maart 2023.
mr. N. Levinsohn en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. T.T.H.M. Bruers naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers te twijfelen. Daarnaast is sprake van een zodanig specifieke modus operandi, dat gebruik kan worden gemaakt van schakelbewijs. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
5.Bewezenverklaring
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat, bewezen dat verdachte:
[benadeelde partij 2] , geboren op [geboortedatum ] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 2] , immers heeft hij zijn penis in de anus van die [benadeelde partij 2] gebracht en zijn mond om de penis van die [benadeelde partij 2] gedaan en die [benadeelde partij 2] in zijn mond laten urineren;
[benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum ] , bestaande die ontucht hierin dat hij aan de penis van die [benadeelde partij 1] heeft gezogen en die [benadeelde partij 1] heeft gepijpt en zich heeft laten pijpen door die [benadeelde partij 1] en zijn mond om de penis van die [benadeelde partij 1] heeft gedaan en die [benadeelde partij 1] in zijn mond heeft laten urineren en zijn penis heeft ingesmeerd met vaseline en vervolgens zijn penis tegen de anus van die [benadeelde partij 1] heeft gedrukt en daarbij heeft gezegd dat [benadeelde partij 1] zich moest ontspannen;
Kan ik je aftrekken” en “
Can I go in you” en zijn penis in de anus van die [benadeelde partij 5] gebracht en die [benadeelde partij 5] afgetrokken.
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Oplegging van straf en maatregelen
psychiater Laheij, de voornoemde conclusies en adviezen bevestigd.
9.Beslag
bijlage IIIgehechte beslaglijst van 4 januari 2023 moeten worden teruggegeven aan verdachte, omdat het belang van strafvordering zich daar niet langer tegen verzet.
10.Benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
niet-ontvankelijk verklaren.
3 mei 2022 tot het moment van algehele voldoening. De benadeelde partij zal voor het overige immateriële gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 4 (vier) jaar. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
5 (vijf) jaarop geen enkele wijze –
direct of indirect– contact zal opnemen of zoeken met [benadeelde partij 5] , geboren op [geboortedatum ] . Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt
7 (zeven) dagenvoor
iedere keerdat niet aan de maatregel wordt voldaan, tot een maximum van
6 (zes) maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens [benadeelde partij 5] , beveelt de rechtbank, gelet op artikel 38v, vierde lid, Sr, dat de opgelegde maatregel
dadelijk uitvoerbaaris.
teruggaveaan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen onder nummer 7 tot en met 14, 17, 19, 22, 24, 28, 29, 31 tot en met 35, 37, 38 en 40 tot en met 42 van de beslaglijst.
[benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 4] toe en veroordeelt verdachte in verband met het onder de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen van de in de tabel hieronder genoemde bedragen aan materiële/immateriële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de daarbij genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. In de duur van de opgelegde gevangenisstraf en het daaropvolgende traject van de terbeschikkingstelling, ziet de rechtbank ten aanzien van deze vorderingen aanleiding de duur van de gijzeling te matigen tot één dag.
€ 664,90.