Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Aanleiding onderzoek
4.Waardering van het bewijs
het wordt doorgegeven’. Op dezelfde dag werd verdachte gebeld door [persoon 2] . In dat gesprek zegt verdachte ‘
die andere gaat je nu terug bellen ja’. [persoon 2] zegt dat dat goed is en hij daar even op wacht. Gelet op de achtergrond van [persoon 1] en de inhoud van de gesprekken, ontstond bij het onderzoeksteam het vermoeden dat er gebruik werd gemaakt van een ander telefoonnummer waarmee vermoedelijk afspraken werden gemaakt over de aan- en verkoop van drugs. Vergelijking van de historische verkeersgegevens van de telefoonnummers van [persoon 1] en [persoon 2] heeft uitgewezen dat zij beiden contact opnamen met het telefoonnummer van verdachte eindigend op * [telefoonnummer 2] en een ander telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer 1] . Dit bleek een pre-paid telefoonnummer van Lebara zonder tenaamstelling te zijn. Uit zendmastgegevens bleek dat het privé telefoonnummer van verdachte en het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer 1] vaak uitpeilden bij dezelfde zendmasten.
Ja, sowieso’. [persoon 3] sluit het gesprek vervolgens af met ‘
All right, zie je zo’. Verbalisanten zijn daarop naar het adres van [persoon 3] gegaan, te weten de [adres 4] te Amsterdam om een observatie te starten. Om 16:50 uur belt [persoon 3] opnieuw naar de dealtelefoon. [medeverdachte 1] wordt aan zijn stem herkend als degene die op dat moment de telefoon opneemt. [persoon 3] zegt dat alle geldautomaten dicht zijn. [medeverdachte 1] zegt dat [persoon 3] de Albert Heijn kan proberen en dat ‘
die gab’ er over ongeveer een kwartiertje is. Gezien wordt dat [persoon 3] intussen even zijn woning verlaat en ook weer terug komt. Om 17:07 uur belt een onbekende persoon (NN3) aan bij de woning. NN3 gaat de woning binnen en komt twee minuten later weer naar buiten en loopt in de richting van een geparkeerde Mercedes met kenteken [kenteken 1] . Met dit voertuig blijkt op 26 mei 2020 een snelheidsovertreding te zijn gepleegd door [medeverdachte 3] . Verbalisanten zien dat de rijbewijsfoto van [medeverdachte 3] gelijkenis vertoont met NN3.
Ben je nog in de buurt’? Waarop verdachte zegt ‘
Ja zeker. Ik kom er nu aan.’ Het gesprek wordt beëindigd. Om 22:44 uur diezelfde dag ziet een verbalisant de zilverkleurige Mercedes met kenteken [kenteken 1] stoppen ter hoogte van de [adres 5] , het woonadres van [persoon 1] . Nadat de bestuurder het voertuig heeft geparkeerd, stapt hij uit het voertuig en gaat de woning van [persoon 1] binnen. Kort hierna komt hij weer naar buiten. Het voertuig rijdt weg.
Ik ben thuis man.’ waarop de ander zegt: ‘
Oké, zie je zo.’ Vervolgens wordt het gesprek beëindigd. Verbalisanten houden vanaf 15:20 uur zicht op de centrale toegangsdeur die toegang geeft tot de woning van [persoon 5] . Om 15:25 uur zien zij de Mercedes met kenteken [kenteken 1] aan komen rijden. De bestuurder stapt uit en gaat het appartementencomplex binnen. Om 15:30 uur komt ook een scooter aanrijden van het merk Yamaha met kenteken [kenteken 2] . Deze scooter is in gebruik bij [medeverdachte 1] . Het postuur en de haardracht komen overeen met dat van [medeverdachte 1] . Om 15:34 uur wordt gezien dat de bestuurder van de Mercedes het appartementencomplex uitkomt en in de richting van de Mercedes loopt. Hij pakt iets uit het voertuig en loopt in de richting van [medeverdachte 1] . De bestuurder van de Mercedes overhandigt iets kleins aan [medeverdachte 1] . Daarop vertrekt de bestuurder van de Mercedes weer in zijn voertuig. Bij een politiecontrole kort daarna blijkt deze bestuurder medeverdachte [medeverdachte 3] te zijn.
heb jij nog iemand in de buurt?’ Degene die de telefoon opneemt wordt aan zijn stem herkend als [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt: ‘
Jazeker’. [persoon 6] reageert daarop: ‘
Dan moet ie alleen even naar mijn huis komen in plaats van op de [naam bedrijf]’. Verder komt ter sprake dat dit goed is, het huisnummer [adres 7] is en wordt het gesprek beëindigd. Om 20:31 uur zien de verbalisanten die positie hadden ingenomen in de directe omgeving van de [adres 7] de Mercedes met kenteken [kenteken 1] aan komen rijden en parkeren op ongeveer 10 meter afstand van de woning. [medeverdachte 3] blijkt de bestuurder te zijn. Hij blijft enkele minuten in het voertuig zitten. Om 20:34 uur belt [persoon 6] met de dealtelefoon. Door de gebruiker van de dealtelefoon wordt gevraagd of [persoon 6] naar beneden komt want ‘
hij staat er al’. Om 20:35 uur stapt [medeverdachte 3] uit zijn voertuig, loopt naar de [adres 7] en gaat het portiek van de woning binnen. Hij blijft daar ongeveer 10 – 20 seconden staan. Als de voordeur weer open gaat, loopt [medeverdachte 3] terug naar zijn voertuig.
Heb je zin om langs te komen? [adres 9] .’ Degene die de telefoon opneemt wordt aan zijn stem herkend als [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] antwoordt bevestigend. Verbalisanten zijn gaan posten in de omgeving van de woning van [persoon 7] . Om 15:01 uur komt een Yamaha bromfiets aanrijden met kenteken [kenteken 2] met [medeverdachte 1] als bestuurder. [medeverdachte 1] stopt ter hoogte van de [adres 8] en loopt in de richting van de voordeur van [adres 9] . Een blanke man doet de deur open. [medeverdachte 1] begroet de man, betreedt het perceel waarna de voordeur wordt gesloten. Na ongeveer 20 seconden wordt de deur weer geopend. [medeverdachte 1] verlaat het perceel, stapt op zijn bromfiets en rijdt weg. De dealtelefoon straalt op dat moment zendmasten aan rondom de locatie waar [medeverdachte 1] is gezien.
Ja zeker, ja zeker’. [persoon 6] zegt dat hij op de grijze boot is. Het gesprek wordt vervolgens afgebroken. Vervolgens zijn verbalisanten gaan observeren bij het bedrijf [naam bedrijf] . Om 15:09 uur gaan twee mannen de boot in. Om 15:31 uur komt een zwartkleurige Renault Megane met kenteken [kenteken 4] aanrijden. De bestuurder is kennelijk aan het bellen. Het signalement van de bestuurder komt overeen met het voorkomen van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] stapt uit het voertuig en loopt richting de grijze boot. Hij begint te bellen en is kennelijk op zoek naar iemand. Om 15:39 komt de blanke man uit de grijze boot en wenkt in de richting van de Renault Megane. Vervolgens loopt [medeverdachte 3] naar de blanke man toe. De blanke man geeft [medeverdachte 3] geld, waarop [medeverdachte 3] een klein voorwerp met zijn rechterhand teruggeeft aan de blanke man. [medeverdachte 3] groet de man, stapt in zijn auto en rijdt weg.
hij op de scooter is’ en ‘
hij’ er is. Verbalisant ziet vervolgens NN2. NN2 zegt dat hij de drugs daar niet kon geven en hij een nieuw adres zal sturen. Om 18:47 uur kreeg verbalisant het bericht dat er een auto gearriveerd was en werd verzocht om in te stappen. In dit voertuig zat NN3. NN3 had een sealbag tussen zijn benen en overhandigde één blokje en twee pakjes met daarin blauwe pillen. Verbalisant betaalde hier 90 euro voor. De persoon die de drugs verkocht werd herkend als medeverdachte [medeverdachte 2] .
[naam], hij is er over 4 a 5 minuten. Gewoon weer op de zelfde plek als vorige keer toch? Hij is onderweg. Oke, later”. Om 16.30 uur kwam er een voertuig aanrijden. De bestuurder bleek wederom [medeverdachte 2] te zijn. Hij maakte oogcontact en parkeerde het voertuig. In het voertuig haalde [medeverdachte 2] een sealbag uit zijn zak. [medeverdachte 2] was vergeten wat de bestelling precies inhield en probeerde contact te leggen met de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer 1] , maar dat lukte niet. Uiteindelijk overhandigde [medeverdachte 2] twee zakjes met daarin 10 groene pillen. Er heeft uiteindelijk geen betaling plaatsgevonden. De drugs zijn in het laboratorium getest en bevatten MDMA.
hij moet er al zijn’ ‘
dan komt die ander’, ‘
ik bel hem nu’ en ‘
hij gaat zo aanbellen’. Vervolgens traden [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] op als koeriers en brachten de verdovende middelen bij de afnemers. De rol van verdachte was zodanig substantieel dat sprake is van medeplegen.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Beslag
bijlage IIaan dit vonnis is gehecht en die als hier ingevoegd geldt.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
18 (achttien) maanden.
groot 7 (zeven) maandenvan deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijd van 3 (drie) jarenvast.
.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
[verdachte], is ten laste gelegd dat: