ECLI:NL:RBAMS:2023:2053
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering bewonersparkeervergunning wegens stallingsplaatsen zonder bijzondere hardheid
Eiser, wonende met zijn gezin op een adres in Amsterdam Nieuw-West, verzocht om een bewonersparkeervergunning. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze aanvraag omdat het adres beschikt over drie stallingsplaatsen die volgens de Parkeerverordening moeten worden afgetrokken van het maximum van twee te verlenen vergunningen per adres.
Eiser voerde aan dat de stallingen niet voor auto’s worden gebruikt maar voor opslag, dat zijn kinderen nog thuis wonen vanwege de woningmarkt en dat er geen parkeerdrukte is. Ook stelde hij dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere bewoners met stallingen wel vergunningen kregen. De rechtbank oordeelde dat artikel 32 van Pro de Parkeerverordening dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor beleidsvrijheid of individuele omstandigheden.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel wegens gebrek aan onderbouwing en beoordeelde het beroep op de hardheidsclausule terughoudend. De omstandigheden van eiser vormden geen schrijnend geval dat afwijking rechtvaardigt. Daarom was de weigering van de vergunning terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de bewonersparkeervergunning.