ECLI:NL:RBAMS:2023:212
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging strafzaak wegens onredelijke duur onderzoek witwassen en valsheid in geschrift
De verzoeker heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering om de strafzaak tegen hem te beëindigen wegens een onredelijke duur van het onderzoek.
Het onderzoek naar de verzoeker, dat onderdeel uitmaakt van het grootschalige witwasonderzoek 13Doezel, begon formeel in april 2017, met een tip in 2016 als aanzet. De verzoeker werd in november 2019 aangehouden en sindsdien is het onderzoek voortgezet met diverse onderzoekshandelingen. De raadsman betoogde dat de lange duur en eerdere hinder in de Bibob-procedure onredelijk zijn en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het advies van AG Knigge.
De officier van justitie stelde dat het onderzoek niet stil heeft gelegen en dat het OM voornemens is de verzoeker te vervolgen wegens witwassen, valsheid in geschrift en oplichting. De rechtbank oordeelde dat het belang van de verzoeker om duidelijkheid voorop staat, maar dat het onderzoek niet onredelijk lang duurt gezien de complexiteit en voortgang. Er is geen sprake van een vervolgingsbeletsel en de bewijsbaarheid speelt geen rol in deze procedure.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en verklaarde dat de strafzaak niet is geëindigd. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak wordt afgewezen en de vervolging wordt voortgezet.