Eiseres, exploitant van café The Corner Amsterdam, kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam maatwerkvoorschriften opgelegd vanwege geconstateerde geluidsoverlast die de toegestane geluidsnormen overschreed. Na een last onder dwangsom en meerdere geluidsmetingen met forse overschrijdingen, stelde het college voorschriften zoals het sluiten van ramen en deuren bij muziek en het aanbrengen van geluidsbegrenzers.
Eiseres voerde aan dat het college onvoldoende rekening had gehouden met haar bedrijfsbelangen en dat de maatwerkvoorschriften onevenredig waren. Ook stelde zij dat civielrechtelijke afspraken en een niet-meetverklaring van bewoners de toepassing van de voorschriften zouden beperken. Daarnaast overhandigde zij een rapport met kritiek op de meetmethoden en een dempend effect van bezoekersgeluid.
De rechtbank oordeelde dat het college binnen zijn beleidsruimte en beoordelingsvrijheid handelde en dat de belangenafweging zorgvuldig en evenwichtig was. De geconstateerde overschrijdingen waren concreet en fors, en civielrechtelijke afspraken of niet-meetverklaringen deden hieraan niet af. Het rapport van eiseres was onvoldoende om de noodzaak van de voorschriften te betwisten. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat het college het akoestisch rapport uit 2014 terecht als uitgangspunt nam.
Tot slot werd geoordeeld dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor het aanleveren van actueel akoestisch onderzoek als zij het geluidsniveau wil laten herzien. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van kosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.