De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Bamberg in Duitsland. Het EAB betreft een verdachte geboren in Afghanistan, die verdacht wordt van georganiseerde of gewapende diefstal, strafbaar gesteld onder Duits recht met een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar.
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en onderzocht of aan de voorwaarden van de Overleveringswet (OLW) is voldaan. De verdachte verblijft rechtmatig en ononderbroken in Nederland en kan hier ook worden vervolgd voor de feiten genoemd in het EAB. Tevens is op basis van informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst vastgesteld dat de verdachte zijn verblijfsrecht in Nederland niet zal verliezen door de opgelegde straf.
De raadsman verzocht om gelijkstelling met een Nederlander zodat de opgeëiste persoon een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan ondergaan. De rechtbank achtte de garantie van de Duitse autoriteiten voldoende dat dit mogelijk is. Er zijn geen weigeringsgronden van toepassing, ondanks dat de feiten gedeeltelijk in Nederland zouden zijn gepleegd.
De rechtbank concludeert dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat overlevering toegestaan is. De uitspraak is gedaan door drie rechters en is onherroepelijk, conform de Overleveringswet.