Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
[verzoekster]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
De eigenaar van een appartementsrecht rechtgevende op een woning, (appartementsindices 1 tot en met 16): eenhonderd (100) stemmen;
De eigenaar van een appartementsrecht rechtgevende op een parkeerplaats (appartementsindices 17 tot en met 24) één stem.
Verzoek
.
Verweer
Beoordeling
Bij de opbouw van [adres 2] werd gezegd dat het zou leiden tot een minimale afname van licht bij [adres 1] omdat de zon vanuit het oosten komt. Toch is dat niet het geval – er is wel degelijk aanzienlijk minder zon en licht na deze opbouw. Dit is natuurlijk vele malen erger bij een opbouw aan de andere kant: daar komt immers de zon vandaan. De tekeningen suggereren nu dat er steeds voldoende licht is, maar dit is niet de werkelijkheid. Dit willen wij zeker weten en willen dit uitsluiten m.b.v. een lichtstudie. Het verzoek is om een lichtstudie door een onafhankelijke partij uit te laten voeren.”De architect van [verzoekster] heeft hier als volgt op gereageerd:
“Het is onvermijdelijk dat een dakopbouw geen invloed heeft, elke kleine aanpassing heeft uiteraard invloed. De kniklijn van de dakopbouw is gelijk aan de huidige hoogtes van de privacyschermen, namelijk 1800 mm. Door vanaf deze 1800 mm lijn een dak te maken met aan drie zijden afschuiningen die juist de richting volgen van de zoninstraling, wordt de licht-invloed van de opbouw tot een minimum beperkt en is er ook nog verblijfruimte mogelijk in de dakopbouw.”Uit dit antwoord van de architect blijkt dat de voorgenomen dakopbouw invloed heeft op toetreding van daglicht in de woning van de buren op het adres [adres 1] . Dat uit een bezonningsonderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van [verzoekster] zou volgen dat de impact van de dakopbouw op de inval van zon en schaduw beperkt is, maakt dit niet anders. Die woning raakt door de voorgenomen dakopbouw bovendien ingeklemd tussen twee dakopbouwen. Tussen [verzoekster] en deze buren heeft voorafgaand aan de vergadering overleg en mediation plaatsgevonden, maar zij hebben geen overeenstemming kunnen bereiken. [verzoekster] heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd gesteld dat ook haar achterburen bezwaar hebben tegen de voorgenomen dakopbouw, ook al ligt het terras van deze buren veel lager en zullen zij daardoor alleen het puntje van de opbouw zien.