Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer vordering tul: 21.000226.19
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De beschuldiging
3.Inleiding
4.De waardering van het bewijs
5.De bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
7.De strafoplegging
8.Het beslag
9.De tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf
10.De toepasselijke wettelijke voorschriften
11.De beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden.
9 (negen) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast.
2. Veroordeelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;
3. Veroordeelde verleent medewerking aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
2. Ambulante behandeling1. Verdachte laat zich behandelen door Inforsa-forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk in de proeftijd. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
2. Verdachte laat zich begeleiden door [zorgverlener] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding start zo spoedig mogelijk in de proeftijd. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding.
3. Begeleid wonen of maatschappelijke opvangVerdachte verblijft in een nader te indiceren instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start tijdens de proeftijd. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
4. Meewerken aan middelencontroleVerdachte werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol/drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.
5.
ContactverbodVerdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met medeverdachte [medeverdachte 1] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
6. Stap voor stapVerdachte werkt aan bewustwording van de levensstijl en middelenproblematiek. Hiertoe werkt verdachte binnen het reclasseringstoezicht mee aan de begeleidingsmodule Stap voor Stap.
7. Inspanningsverplichting1. Verdachte spant zich in voor het verkrijgen en behouden van dagbesteding/betaald werk.
2. Verdachte werkt mee aan het verkrijgen van beschermingsbewind als budgetbeheer ontoereikend is voor zijn financiële begeleiding.
3. Verdachte biedt de reclassering openheid in zijn contacten in de fysieke en online vuurwerkwereld en in zijn bestellingen van vuurwerk.
gevangenisstrafvan
6 (zes) weken.