Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker] ,
mr. I.E. Leenhouwers, [adres] ,
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker werd verdacht van computervredebreuk omdat hij zonder toestemming het e-mailaccount van zijn minderjarige dochter had bekeken. De strafzaak werd onvoorwaardelijk geseponeerd onder sepotcode 53 vanwege beperkte kring en onvoldoende vermoedens van schuld. Verzoeker vroeg op grond van artikel 530 Sv Pro vergoeding voor gemaakte advocaatkosten en kosten van het verzoekschrift.
De rechtbank overwoog dat bij de beoordeling van gronden van billijkheid niet mag worden uitgegaan van een inhoudelijk oordeel over schuld, conform de onschuldpresumptie uit artikel 6 EVRM Pro. Wel kan rekening worden gehouden met de aard en motivering van het sepot. Gezien de omstandigheden, waaronder de paniek van verzoeker en het vermoeden van onttrekking van zijn dochter, achtte de rechtbank gronden van billijkheid aanwezig.
De rechtbank kende daarom een vergoeding toe van € 2.153,80 voor de advocaatkosten en € 680,- voor de kosten van het verzoekschrift. De beslissing werd op 22 maart 2023 uitgesproken door rechter Loyson. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een vergoeding toe van € 2.833,80 voor advocaatkosten en kosten van het verzoekschrift na een onvoorwaardelijk sepot wegens onvoldoende vermoedens van schuld.