Eiser heeft in de periode van 1 tot en met 9 oktober 2021 geparkeerd met een ander kenteken dan waarvoor hij een parkeervergunning bezat, zonder de parkeerbelasting te voldoen. De heffingsambtenaar legde daarop zes naheffingsaanslagen op en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.
De rechtbank beoordeelde de beroepen tegen deze naheffingsaanslagen en stelde vast dat er geen bevestiging was verzonden van een wijziging van de parkeervergunning naar het kenteken waarmee eiser parkeerde. Hoewel eiser een e-mail overlegde waarin hij meldde problemen met het digitale portaal en een verzoek per e-mail had gedaan, ontving hij geen bevestiging van de wijziging.
De rechtbank oordeelde dat het risico voor het parkeren zonder geldige vergunning voor rekening van eiser komt. Ook het feit dat het digitale systeem niet altijd functioneert, verandert hieraan niets. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
De uitspraak is gedaan door rechter F.P. Lauwaars en griffier A. Vijn op 24 maart 2023. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.