ECLI:NL:RBAMS:2023:3109
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening proceskostenvergoeding met openstaande vordering door Sociale Verzekeringsbank
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om de toegekende proceskostenvergoeding en het griffierecht te verrekenen met een openstaande schuld van eiser aan de Svb. Eiser stelde dat deze verrekening onrechtmatig was en leidde tot verarming, omdat hij naast de afgesproken maandelijkse aflossing ineens de proceskostenvergoeding aan zijn gemachtigde moest betalen.
De rechtbank overwoog dat de proceskostenvergoeding aan eiser toekomt en niet aan zijn gemachtigde, en dat de verrekening met de openstaande vordering leidt tot een kleinere schuld van eiser. De Svb baseerde haar bevoegdheid tot verrekening op artikel 17i, tweede lid, van de AOW, dat verrekening van bestuurlijke boetes met vorderingen mogelijk maakt, en artikel 24 en Pro 24a van de AOW betreffende terugvordering van onverschuldigd betaald ouderdomspensioen.
De rechtbank concludeerde dat de Svb terecht tot verrekening is overgegaan en dat het beroep ongegrond is. Tevens wees de rechtbank een proceskostenvergoeding aan de gemachtigde af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Boerhorst op 9 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verrekening van de proceskostenvergoeding met de openstaande vordering door de Sociale Verzekeringsbank is ongegrond verklaard.